De Grote Kerk: een Rijksmonument

De Grote Kerk: een Rijksmonument

De Grote of St. Jacobskerk behoort, samen met het Binnenhof, tot de oudste gebouwen in de binnenstad van Den Haag. Vermoedelijk bestond de kerk al in de 13e eeuw maar dan in houten vorm. In stukken uit 1335 wordt gesproken over de ‘grote kercke’ wat zou kunnen duiden op een stenen godshuis. In de jaren 1420 – 1424 verrees de unieke 6-zijdige toren. Het duurde tot het einde van de 15e eeuw voordat het kerkgebouw zijn huidige omvang zou bereiken.

Tot de reformatie was de kerk in gebruik voor de katholieke eredienst. Uit die periode dateert de collectie van 34 Wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies. Na de 9e kapittelbijeenkomst in 1456, lieten de ridders als dank voor de geboden gastvrijheid hun wapenborden achter. Het bord van Filips de Goede, dat vanzelfsprekend het belangrijkste was, hangt apart aan de pilaar bij het hoogkoor. In 1539 sloeg de bliksem in de toren en ging de kerk in vlammen op. Onmiddellijk daarna werd de kerk herbouwd. Om de herbouw te financieren werden de accijnzen op bier en wijn verdubbeld. De beroemde gebrandschilderde ramen van de Goudse kunstenaar Dirck Crabeth werden in 1547 in de kooromgang aangebracht.

Na de Beeldenstorm ging de kerk over in protestantse handen en werden typisch roomse elementen zoals altaren, beelden en liturgische gebruiksvoorwerpen uitgebannen. Na verloop van tijd werden de gilden en broederschappen in de gelegenheid gesteld tekstborden op te hangen ter compensatie voor het gemis van hun vroegere altaren. ‘In dien tijd hing kerk en koor tot boven aan de zuilen en de kap toe vol met de wapenborden van zoo velen die daar onder de zerken begraven lagen’. Ten tijde van de Franse revolutie werden de borden – tastbare bewijzen van de adellijke macht – verwijderd. Het monument in het hoogkoor dateert uit 1665 voor de in de slag bij Lowestoft tijdens de 2e Engelse oorlog gesneuvelde admiraal Van Wassenaer-Opdam. Onder de vele bekende personen die in de Grote Kerk zijn begraven bevinden zich Constantijn en Christiaan Huygens. Voor hen is achterin het hoogkoor een gedenksteen aangebracht. Op 30 maart 1810 droeg de gemeente Den Haag de Grote Kerk over aan de Hervormde Gemeente met uitzondering van de toren, die in die Napoleontische tijd van belang werd geacht voor militair strategische doeleinden.

In de 2e helft van de 20e eeuw nam het aantal bezoekers van de kerkdiensten af en de Hervormde Gemeente zag zich in 1981 genoodzaakt het gebouw over te dragen aan Stichting Grote Kerk Den Haag – een particulier initiatief vanuit de Haagse burgerij. De Stichting ontfermt zich over het gebouw en kent als voornaamste doelstelling: het instandhouden van de Grote Kerk en het bevorderen van een zinvol gebruik van het gebouw in overeenstemming met de waardigheid ervan. In de jaren 1985 – 1987 werd de kerk ingrijpend gerestaureerd met steun van fondsen, bedrijven, particulieren, de Rijksdienst Monumentenzorg en de overheid. Sindsdien vinden er tal van maatschappelijke en culturele evenementen plaats.